woensdag, juli 20, 2005

Zomerdromer

Yo! Het is ik, terug van nooit weggeweest eigenlijk. een weekje vrij is ook maar een weekje vrij. Sigur Rós twee maal geabsorbeerd en nog steeds aan het nagenieten met 'Ný Batterí' en 'Popplagið' op repeat. Wat een emotie, pure emotie.
Mijn cdspeler heeft het begeven, de lade gaat niet meer open, eraan trekken werkt averechts, heb ik gemerkt, dus. Gelukkig heb ik mijn onverwoestbare peeceetje nog die ik laatst op mijn luidsprekers heb aangesloten, mighty fine. Geen stereo meer nodig eigenlijk en al mijn weetikhoeveel mp3's direct en met goed geluid afspeelbaar. lekker toch...

In de tussentijd rept Bas van muzikale meisjes zonder Marissa Nadler te noemen en dat is dit jaar mijn favoriet, in navolging van vrouwtje Joanna betovert ze maar in tegenstelling tot vrouwtje Joanna doet ze dat iets 'traditioneler'. Zonder kraakstemmetje maar juist met een superieur soort galm die me doet denken aan Elizabeth, juist, Frazer. een folky Liz, da's toch mooi man.

Dan Type Records, wat een klasselabel is dat. Na Khonnor en Xela verschijnen nu haast tegelijkertijd twee Ultieme Droomplaten, Ryan Teague's Six Preludes dat in navolging van Max Richters Blue Notebooks de klassieke dame stijlvol laat dansen met de electronische casanova, ze vullen elkaar perfect aan, de casanova schikt zich zelfs in een rol van begeleider terwijl de klassieke dame de show steelt. de tweede Droomplaat op Type is er een die in je onderbewustzijn plaatsvindt, volledig in sync met je dromen. Julien Neto's Le Fumeur de Ciel is een diepe oceaan aan sfeervolle ambient, electro-akoestische fantasieën.
Eindelijk ook eens Villalobos' Alcachofa gedownt, machtige plaat maar hij raakt me niet zo diep als de gothech van Mayer en consorten, toch de ultieme zomerdromer muziek met die dromerige kadans en melancholische tranen van geluk en verdriet. Alles in één.

Sufjans Illinois bevat nog steeds een van de mooiste nummers van het jaar met 'John Wayne Gacy Jr.' en terwijl Royksopps 'Only This Moment'nog altijd fier op nummer 1 staat in die categorie met Sebastien Telliers 'La Ritournelle' daar vlak achter, komt Cocorosie's 'Tekno Love Song' ook erg dicht in de buurt van een podiumplaats. Volgens de meisjes zelf een ode aan de tijd dat ze nog happy hardcore ravers waren, zullen we dan maar geloven. het zijn aparte kinders, dat heb ik al drie keer mogen ervaren.

Harder werk, Part Chimps I Am Come is net als hun debuut een overdonderend staaltje epische hardcore. het komt wat generiek over de eerste keer maar de lagen openbaren zich gestaag en als je lekker snel wakker wilt worden hoef je maar even op play te drukken en opener 'Bahakatsu' ramt je kop er haast af met een lawine aan gitaargeweld. Nile doet dat ook maar dan met een pirouette hier en daar, negentig nummers staan erop Annihilation of the Wicked en daar is geen seconde van verspild. En als je denkt dat Duitsers met lange haren en stoere gitaren lachwekkend zijn dan adviseer ik je, het mietig genaamde maar oh zo bekwame Issue VI van Dew-Scented aan te schaffen. Speedmetal met dikke tikken trash en death, vrij ontzettend heel erg goed eigenlijk.

Net als Gary Higgins' Red Hash, Six Organs of Admittance coverde zijn 'Thicker Than a Smokey' op School of the Flower maar om hetb origineel zo uit de luidsprekers te horen is toch nog een stukje magischer. Higgins bezit over een stem die doet denken aan Sam Beam van Iron & Wine. Vanaf 1 augustus ligt de nieuwe Plan B in de winkels met een recensie van Red Hash en Fennesz/Sakamoto's Sala Santa Cecilia. Ook een erg fijne plaat.

Nu ga ik even broodjes scoren, croissantje erbij. het is lekker fris buiten, een beetje wind, helemaal mijn weer.