zondag, februari 06, 2005

De pionier, de peetvader






Een man die zich vandaag de dag zou kunnen identificeren met noise-extremisten als Merzbow, Wolf Eyes en Aube is Edgard Varese. Peetvader van de electronische muziek. Varese verlangde begin vorige eeuw al naar instrumenten, electronische apparaten, die we nu als normaal onderdeel van een electronisch opererend artiest beschouwen. Tijdens zijn jeugd en studie op het conservatorium begon Varese zich te roeren tegen de bestaande opvattingen over muziek. “Ik weiger me te onderwerpen aan geluiden die reeds gehoord zijn” stelde hij gedurende zijn controversiele dagen op het conservatorium. Varese’s goede kameraad Claude Debussy stimuleerde die gedachtegang van Varese en vertelde hem dat regels er waren om gebroken te worden. Debussy: “Je hebt het recht om te composeren wat je wilt, op een manier die jij geschikt vindt.” Na de eerste wereldoorlog trok Varese naar Amerika om daar een geheel nieuw muzikaal front op te zetten. Varese: “Amerikaanse muziek moet zijn eigen taal spreken en niet het resultaat van gemummificeerde Europese muziek worden.”





Hyperprism (1924)
In 1923 presenteerde Varese zijn eerste zeer controversiele compositie, Hyperprism, een stuk dat zich losrukte van alle conventionele Europese invloeden. Gedurende de voorstelling werd gebruik gemaakt van nooit eerder voor compositie muziek gebruikte instrumenten waaronder een zogenaamde ‘lions roar’, een emmer met aan de onderkant een gat waar een touw door heen getrokken werd, en een sirene. Zulke ‘instrumenten’ werden nog nooit eerder gebruikt. De helft van het publiek zocht dan ook meteen de uitgang op tijdens de voorstelling. De andere helft vroeg om meer. Een tweesplitsing in het muziekliefhebbend publiek was toen al merkbaar. Perceptie van geluid is een zowel een kwestie van smaak maar ook van ‘training’, je moet er voor openstaan maar zelfs Merzbow went na een (hele) tijd.





Ionisation (1931)
‘Zijn’ sirene speelde in de periode 1929-1931 een belangrijke rol tijdens het stuk dat nog steeds de compositie is waar Varese het meest mee wordt geassocieerd, Ionisation. De eerste percussie compositie ooit. In totaal werden door dertien muzikanten zevenendertig verschillende percussie instrumenten bespeeld. Naast die percussie, waaronder chinese blokken, castanetten, tambourijn, 3 in grootte verschillende basdrums en bongo’s, ook twee sirenes (een high pitched en een low pitched). Gedurende deze periode begon Varese te verlangen naar nieuwe geluiden. Geluiden die voortkwamen uit andere dan de instrumenten die al twee eeuwen hetzelfde waren en dienden bespeeld te worden. Die tijden waren nog lang niet aangebroken. Pas na de Tweede Wereldoorlog kreeg Varese zijn zin, hij was inmiddels in de zeventig maar nog steeds op zoek naar die bevrediging.




Deserts (1954)
Met Deserts componeerde hij zijn meest revolutonaire en beanstigende compositie ooit. In een tijd waar een Koude Oorlog loerde en met de dreiging van atoomwapens tegen de maatschappelijke achtergrond creeerde Varése met Deserts een bizarre soundtrack voor die tijd. Een getapede collage aan geluidsfragmenten naast een ensemble dat conventionele instrumenten ter hande nam.
Wav: Deserts





Poeme Electronique (1958)
De wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel had naast het Atomium nog één revolutionair project te bieden. In opdracht van Philips ontwierp de befaamde Franse architect Le Corbusier het Philips-paviljoen. Een futuristisch uitziend gebouw opgetrokken een kriskras van stalen buizen en vijf centimeter dikke betonnen platen. De klank en lichtpioniers van Philips daagden Le Corbusier uit om een ultieme showcase van hun pionierschap op audiovisueel gebied te componeren. Ze droegen een aantal componisten aan maar le Corbusier besloot om Varese aan te trekken als de componist van het stuk dat de naam Poeme Electronique kreeg. Een gedicht voor de 20ste eeuw. Varese kwam naar Eindhoven en ging in het Natlab, bijgestaan door een aantal ingenieurs aan het werk. Varese was maandenlang in de weer met zelfgemaakte samples die hij opwekte uit bestaande instrumenten of op de musique concrete manier. Het achtminuten durende stuk werd afgespeeld op vierhonderd (!) luidsprekers. Een legertje telefooncentrales stuurden de speakers aan. Het geluid werd haast tastbaar en bewoog zich als het ware langs de wanden van het paviljoen. De compositie werd begeleid door een diashow van Le Corbusier die op de wanden geprojecteerd werd. Strubbelingen tussen de Philips ingenieurs en Varese en Le Corbusier die met iedereen ruzie kreeg zorgden er echter voor dat het audio gedeelte weinig te maken had met het visuele deel. Daarbij had het stuk gedurende de tentoonstelling regelmatig te maken met technische problemen.
RealOnePlayer:Poeme Electronique



Varese stierf in 1965. Bij de afgelopen OOR zit hun eerste editie ooit met daarin een artikel over deze pionier. Zo begon het toch ooit op een bewonderenswaardige manier bij het enige Nederlandse popblad.